Verzamelen

Het gebeurt nog hooguit een enkele keer dat je geweldige vondsten van ongeveer 200 roggentanden hebt; maar alleen westelijk van het Zwin. Daar vindt men ook vandaag nog grote hoeveelheden roggentanden. Precies andersom is het met de fosforietknollen gesteld. Deze kon men in de afgelopen decennia bijna nooit vinden. Ze komen uit een diepere laag en werden pas met het opzuigen van de zeebodem blootgelegd en opgespoten op het strand. Wanneer je met je zoektocht begint: daarover bestaan net zoveel regels als men zoekers vraagt. Dus bestaat er maar één: geen! Maar toch gaan de ‘professionals’ min of meer maar bij vijf gelegenheden op zoektocht:

  • Als de vloed op het hoogste punt staat en het water zich

begint terug te trekken. De reden is: de zwakkere en vooral langere ebgolven leggen de fossielen op het strand bloot, de golven vloeien moeizaam terug en laten de felbegeerde en behoorlijk zware stukken op het strand liggen. Je moet ze alleen nog maar oprapen.

  • Tijdens of na hevige stormen , vooral op de Belgische

kant tot aan de strandboulevard van Knokke, omdat daar het zand hoog opgespoten Werd. De reden: het dro- ge zand Werd door de harde Wind als een dicht tapijt weggeblazen. De zware versteningen blijven, als op een verhoogd en zandig dienblad, eenvoudig voor het oprapen liggen.

  • Tijdens of na een hevige regenbui. De reden: de regen

wast de fossielen uit het losse zand; nat en glanzend zijn ze bovendien goed te herkennen.

  • Vooral na een noordwester storm is het goed zoeken. De

reden: het zand Wordt door het vloedwater meegenomen en laat de zwaardere delen achter op het strand.

  • Versteende uitwerpselen van een helt

Bij aflandige wind. De reden: de bovenste laag van het Water stroomt van de kust vandaan, terwijl de onder- stroom naar de kust toe gericht is.

Fossiel of niet fossiel?

Wanneer heb je nu een fossiel gevonden en wanneer een onbetekenend zwart iets? Als de vorm al geen oplossing biedt, dan de breekproef, echte versteningen kun je met de blote hand niet breken.

Kleur

De versteningen hier aan de Zeeuwse kust zijn zwart of soms diepbruin, omdat ze in donkere mineralen afgezet werden en ze de kleur aannamen van hun fossiele omge- ving. Dezelfde vondsten, maar dan uit andere landen of landstreken, kunnen wit, grijs, bruin of rood zijn.

Verzamelen - hoe en waarom

De meeste vakantiegangers verzamelen fossielen, vooral haaientanden, uit tijdverdrijf, plezier of hartstocht, misschien nieuwsgierigheid of vanwege een diepere interesse. Eerstgenoemden verzamelen en verheugen zich vanwege de schoonheid en de hoeveelheid van de buit; de anderen zijn systematischer. Elk tijdperk tussen Paleoceen en Plioceen, toen de haaien in de zee heersten, bracht nieuwe soorten voort. _ De dieren ontwikkelden zich passend bij de klimatologische en biologische omstandigheden en veranderden, onafhankelijk van al bestaande diersoorten, ook hun gebit en daarmee het uiterlijk der tanden. Vervolgens kan de vakman of de kundige leek de gevonden tanden naar soort en tijdperk indelen. B.v. of een tand bij “Isurus desori” of bij “ Carcharodon au- riculatus” ingedeeld moet Worden en of hij stamt uit het Eoceen* of het Mioceen*.

Namen en data

Maar Waarom, zo vraagt de gekwelde leek zich all moeten fossielen en aardgeschiedkundige perioden zulke moeilijke namen hebben? Op alle continenten vindt men fossielen. Om verwisselingen en misverstanden te voorkomen, heeft de wetenschap zich op een voor iedereen bindende taal vastgelegd: Latijn, een dode taal, die niet meer zal veranderen en zodoende ook geen verwarring zal stichten. De geologische namen zijn ook vaak van Oud-griekse afkomst, net als Latijn een dode taal, dus probleemloos. Wereldwijd is de Wetenschap eensgezind wat betreft de geologische tijdperken en de jaargetallen. Maar toch bestaat de mogelijkheid nog dat men - ook in recente literatuur - verschillende gegevens en getallen vindt, alhoewel de auteurs hetzelfde tijdsbestek bedoelen. De lezer en Verzamelaar vindt in de hierop volgende afbeeldingen de belangrijkste soorten van fossielen. In het literatuurregister achterin wordt gewezen op aanvul- lende literatuur.

Verbazen - bewonderen -bewaren

Wie naar de Zeeuwse kust komt, heeft het voorrecht om op het strand te kunnen ontspannen, een Zeeuwse detectiveroman te lezen, lekker te zonnen en hoeft al helemaal geen slecht geweten te hebben, Wanneer hij zijn hoofd een keer voor iets gebruikt, dan om te denken. Aan de andere kant, Wie fossielen vindt, zal vast en zeker hun verscheidenheid en schoonheid bewonderen en ze een eigen plek Willen geven. Vooral diegene die ietwat bij gelovig is: want haaientanden, zo zegt de inheemse bevolking, zijn al sinds mensenheugenis geluksbrengers. Wie zich een beetje de tijd geeft en in zijn fantasie de geschiedenis in gaat in plaats van tijden die we kennen, zal de evolutie en de natuur in haar verklaarbaarheid en tegelijkertijd haar onverklaarbaarheid enkel en alleen bewonderen. Zoals zonnebloemen in hun korte groeiperiode twee meter groot worden; mensen hun levensverwachting sinds de middeleeuwen verdubbeld hebben; de ongelooflijke watermassa van de zee met eb en vloed met een Wiskundige precisie stijgt of zakt en het fossiel in de vinders’ hand naar tijden verwijst, die het universum en de natuur duizelingwekkend geweldig doet overkomen - en ons mensen, laat ons eerlijk zijn, zeer klein. Als we dit inzicht toch telkens met ons mee zouden nemen! Dan zouden We met dat wat we hebben, en met wat ons in feite maar geleend Wordt, Veel zorgvuldiger omgaan. We zouden niet door de duinen baggeren of deze met torenflats verknoeien, allerlei vuilnis laten slingeren, maar de vrede die de natuur uitstraalt als voorbeeld stellen.