Schelp en haaientand namen

1. Glycymeris

2. Megacardita planicosta 

3. Phosphorit*- afdruk Van een komplete schelp

4. Wulk

5. Isurus hastalis - Makohai

6. Phosphorit- afdruk van een Wervel

7. Carcharocles megalodon - Reuzenhaai

8. Epitonium clathms - Wenteltrap

9. Carcharias cuspidata - Zandhaai

10. Roggentanden

11. Cevatostoma erinaceum

12. Isurus retroflexus - Makohaai

13. Angulus tenuis A

14. Phosphorit-afdmk schelp, bovenzij de

15. Isurus hastalis - Makohai

16. Isurus hastalis - Makohai .

17. Phosphorit-afdruk schelp

18. Gehoorbeen van een dolfijn

19. Wervel van een vis

20. Tand van een vis/Zeebrasem

21. Wervel van een vis

22. Tand van een potvis

Schelp- en haaientand‑namen

Wanneer je op het strand zoekt naar fossielen, schelpen of haaientanden, kom je al snel allerlei soorten en namen tegen. Deze pagina helpt je om de meest voorkomende schelpen en haaientanden te herkennen, te benoemen en te begrijpen. Ideaal voor zowel beginners als ervaren verzamelaars.

Haaientand‑namen en soorten

Haaientanden zijn een van de populairste vondsten langs de Nederlandse kust. Ze verschillen in vorm, grootte en kleur, afhankelijk van de soort haai en de ouderdom van de tand.

Schelpnamen en soorten

Schelpen zijn er in honderden varianten, maar een aantal soorten kom je regelmatig tegen op Nederlandse stranden.

Mako‑haai (Isurus)

  • Slanke, scherpe tanden

  • Vaak licht gebogen

  • Gladde randen

  • Komt veel voor in fossiele lagen van de Noordzee

Zandhaai (Carcharias)

  • Brede basis

  • Fijne kartels langs de randen

  • Vaak donkergrijs of zwart

Witte haai‑achtigen (Carcharodon/Carcharocles)

  • Grote driehoekige tanden

  • Dikke wortel

  • Soms grove kartels

  • Zeer gewild onder verzamelaars

Tijgerhaai (Galeocerdo)

  • Kenmerkende gekartelde randen

  • Asymmetrische vorm

  • Minder vaak gevonden, maar goed herkenbaar

Venusschelp (Veneridae)

  • Ronde tot ovale vorm

  • Duidelijke groeilijnen

  • Vaak beige, wit of lichtbruin

Zaagje (Donax)

  • Driehoekige vorm

  • Felle kleuren: paars, roze, geel

  • Klein maar opvallend

Nonnetje (Macoma)

  • Dunne, gladde schelp

  • Vaak wit of lichtgeel

  • Veel te vinden in Zeeland

Wenteltrapje (Epitonium)

  • Spiraalvormige schelp

  • Fijn geribbeld

  • Wit of lichtgrijs

👉 Meer schelpen bekijken? Schelpen en slakken

Hoe herken je soorten op naam?

Let op vorm

De vorm is vaak het belangrijkste kenmerk: driehoekig, rond, spits, breed.

Let op randen

  • Haaientanden: glad of gekarteld

  • Schelpen: ribbels, groeilijnen of glad

Let op kleur

Fossiele tanden zijn vaak zwart of donkergrijs. Schelpen variëren van wit tot felgekleurd.

Let op gewicht

Fossiele tanden en schelpen zijn zwaarder door mineralisatie.

Waarom namen belangrijk zijn

Het kennen van de juiste namen helpt je om:

  • vondsten beter te herkennen

  • soorten te vergelijken

  • je verzameling te ordenen

  • meer te leren over de geschiedenis van de Noordzee

Veelgestelde vragen

Zijn alle zwarte tanden fossiel?

Meestal wel — de donkere kleur komt door mineralisatie.

Kun je moderne haaientanden vinden?

Zeer zelden. De meeste tanden zijn miljoenen jaren oud.

Zijn schelpen altijd fossiel?

Nee, veel schelpen zijn modern. Fossiele schelpen zijn vaak donkerder en harder.