*Begripsverklaringen
Afzettingsgesteente - Het vervormen van gesteente ten gevolge van druk en/of temperatuursveranderingen, waarbij mineralen vervormd of nieuw gevormd Worden. Continentale platen - Delen van de aardkorst die op het vloeibare binnenste van de aarde drijven en zich in loop van de aardgeschiedenis van elkaar losmaken, over elkaar schuiven of langs elkaar wrijven (aardbeving).
Duinen - Door de Wind opgehoopte zandheuvels of zand- wallen, die een hoogte van 100 meter kunnen bereiken; kunstmatige duinen/dijken die door de mens als bescherming tegen water of Wind gebouwd Worden.
Erosie -Afbrekende, vernielende activiteit door ijs, wind of water.
Fosforiet - Bruinachtig tot zwart sedimentgesteente. Ontstaat door verwering van apatiet of door omzetting van fosfaatrijke dierlijke substanties (b.v. gehoorgangen van Walvissen).
Fossielen - Restanten van dieren of planten of hun levens- sporen, die door een snelle verzinking in sedimenten* voor verrotting o.a. door verstening bewaard blijven.
Getijde - de afwisseling van eb en vloed.
Gletsjer - IJsstromen, die boven de sneeuwgrens in een kom van eeuwige sneeuw ontstaan. Het ijs stroomt met een snelheid van 1-2-cm/uur.
Kambrium - van 570 tot 510 miljoen jaren
Känozoikum - van 65 tot 23 miljoen jaren
Mesozoikum - van 250 tot 65 miljoen jaren: Trias - 250- 205; Jura- 205 - 135; Karbon- 135 - 65
Meteoriet - Een vast buitenaards lichaam, dat bij het in- dringen van de aardatmosfeer gedeeltelijk of volledig ver- dampt en daarbij lichtverschijnselen veroorzaakt.
Polder - Door inpoldering van de zee gewonnen of voor te- rugkerende overstromingen beschermd land. Ligt meestal net boven of ook onder de zeespiegel 2/3 van de Nederlandse bevolking leeft op land dat onder de zeespiegel ligt. Velden w2orden omringd door afwateringskana1en/sloten. De klei Werd in de afgelopen eeuwen door de regen van zout ontdaan. De eerste polder in Zeeland ontstond duizend jaar geleden.
Sediment - Fijne afzettingen zoals zand, klei, grind. Sedimentgesteente - gesteente, dat ontstaan is uit zand, klei of grind.
Skelet - Een uitwendig (b.v. krab) of inwendig (b.v. mens) geraamte bij mens of dier.
Stollingsgesteente - Door afkoeling gestold magma uit de bovenste aardmantel of in de aardkorst.
Tertiär - van 65 tot 1,6 miljoen jaren
Zeeuws-Vlaanderen
Vlaanderen ontstond in de 19e eeuw. Oorspronkelijk was het geen lands- maar een taal- grens: een taalgrens tussen Vlamingen (Nederlands) en Walen (Frans). In drie stappen (1970, 1980, 1988) Werd het in 1830 opgericht koninkrijk België in Vlaanderen, Wallonië en Brussel (tweetalig) verdeeld. West-Vlaanderen (met Brugge) grenst aan Frankrijk en de Noordzee, Oost-Vlaanderen (met Gent) grenst aan West-Vlaanderen en de provincie Antwerpen, maar niet aan de Noordzee. - De in het noorden aangrenzende landstreek aan de Noordzeekust van het Zwin tot aan de Westerschelde heet Zeeuwsch Vlaanderen en behoort tot het koninkrijk der Nederlanden. Zeeuwsch Vlaanderen is een deel van Zeeland, dat behoort tot het mondingsgebied van de Rijn, Maas en Schelde en waar Walcheren, Schouwen-Duiveland, Tholen en Zuid- en Noord-Beveland bijbehoren. - Cadzand is de “badplaats” en behoort tot de Gemeente Oostburg. - Zeeuws Vlaanderen is de afgekorte, ingeburgerde schrijfwijze; de officiële en oude schrijfwijze is Zeeuwsch-Vlaanderen.